TwitterFacebook

Business Haaglanden TV

Gebakken lucht

COLUMN,

Raymond de Mooij

GMW advocaten

Projectontwikkelaar Erik van Vliet zat tegenover mij. Hij droeg een paars overhemd, een rode bodywarmer en een gifgroene broek.  Een curieuze verschijning. “Ambtenaren, het zijn griezelige mensen”, zei hij. “In verband met de nieuwbouw in Monster moest ik vergunningen aanvragen om te mogen verhuren volgens de Leegstandswet. Ben ik serieus bijna een jaar mee bezig geweest. De lampelullen.”

Mijn cliënt had aan de rand van Monster een wijk met 200 panden gekocht. Plan was om de gedateerde eengezinswoningen te slopen en er moderne huizen voor in de plaats te zetten. Sloop en nieuwbouw zouden in fasen plaatsvinden.  Van Vliet wilde gedurende dat proces zoveel mogelijk inkomsten genereren en had besloten leegstaande woningen tijdelijk te verhuren, totdat ze aan de beurt waren om gesloopt te worden. Om te voorkomen dat de huurders zich op huurbescherming zouden kunnen beroepen, had Van Vliet de gemeente gevraagd om te mogen verhuren volgens de Leegstandswet. Dan golden de strenge wettelijke bepalingen niet.

Erik van Vliet: “Wat ik dus niet wist is dat je steeds om verlenging van de termijn moet vragen die in de vergunning staat, anders ben je het haasje. Heeft zo’n huurder weer gewoon huurbescherming.” Derrel de Vlieger had samen met zijn mooie, jonge vriendin een woning van mijn cliënt gehuurd en moest nu vertrekken omdat zijn huis binnenkort gesloopt zou worden. “Het probleem is dat  de man  allerlei rechten  heeft, omdat ik vergeten ben de termijn uit de Leegstandswet te verlengen. Ik weet alleen niet of hij dat weet. Erg snugger ziet hij er niet uit, dus dat biedt perspectieven.” Namens mijn cliënt sommeerde ik De Vlieger om zijn woning te ontruimen en beriep mij daarbij op de Leegstandswet.  Drie dagen later kreeg ik een brief van zijn advocaat, Mr Ruben Luft: “Mijn gewaardeerde cliënt De Vlieger is met mij de mening toegedaan dat niettegenstaande het gestelde in uw recente epistel, ook hij substantiële belangen heeft, al was het maar omwille van de Europese jurisprudentie waarmee ik u bekend veronderstel, die zouden moeten leiden tot heroverweging aan de zijde van uw cliënt,  teneinde te komen tot een oplossing die voor beide partijen zo niet acceptabel dan toch in ieder geval bevredigend zal zijn. Ik mag wel van u vernemen?”

Van Vliet belde mij toen ik de brief naar hem door mailde. “Ik heb het verhaal drie keer gelezen, maar ik begrijp er geen zak van. Is die Luft wel helemaal in orde, die mafkees? En belangrijker, heeft hij in de gaten dat de Leegstandswet niet meer geldt?” Ik moest mijn cliënt het antwoord schuldig blijven. Ook ik begreep niet wat mijn collega bedoelde en waagde er een telefoontje aan. Ruben Luft begon meteen te praten. “Goed dat u mij belt, waarde confrère. Ik ben net terug uit Genève in verband met een vergadering van advocaten uit de Unie. Recente ontwikkelingen nopen tot overleg, maar dat hoef ik u natuurlijk niet te vertellen, haha.” Een antwoord op de vraag of zijn cliënt zou ontruimen kreeg ik niet, dus ik startte een procedure. De kantonrechter ontving ons vorige maand. “Mr Luft, de stelling is dat uw cliënt moet ontruimen, omdat hij heeft gehuurd op basis van de Leegstandswet en zijn woning binnenkort gesloopt wordt. U heeft een lang schriftelijk verweer geschreven, maar  de kern van uw verhaal is mij een beetje ontgaan. Verklaar u nader.”

Mr Ruben Luft nam zijn bril af, hield deze tegen het licht en begon de glazen te poetsen. “Goed dat u mij dat vraagt, Edelachtbare. De Nederlandse wet is onderhevig aan beslissingen die in Europa  worden genomen.  Een hogere macht waaraan wij ons moeten commiteren. In Brussel buigt men zich thans over onze woningwet, en in een breder perspectief, over het gehele  juridische stelsel in ons koninkrijk, een triviaal onderwerp maar desalniettemin relevant. Ik verwijs naar het interview met minister Plassterk  in het NRC Handelsblad van jongstleden zaterdag.”

De kantonrechter knikte, deed zijn dossier dicht en sloot de zitting. Het ontruimingsvonnis volgde een week later.