Vrouwen en vlaaien


COLUMN Raymond de Mooij
GMW advocaten
De namen van de betrokkenen zijn gefingeerd

Eind 2018 ontving ik Marga Dubbel op mijn kantoor.  Met zachte stem vertelde de timide vrouw haar verhaal. Eind jaren negentig was mijn cliënte eigenaresse geweest van een winkel in Den Haag, waar zij vlaaien verkocht. De zaken gingen goed. Tijdens een bridgetoernooi was Marga aan de praat geraakt  met Bob Pardoes. De twee kregen een relatie. “Bob wilde een hele keten van vlaaienwinkels opzetten,” vertelde mijn cliënte. “Ik was zo verliefd dat ik alles goed vond en mee deed.” Met geld van Marga en de bank had Bob vervolgens 15 winkels geopend onder de naam ‘Topvlaai’. Terwijl Marga achter haar toonbank in Den Haag stond reisde Bob jarenlang door het land, op zoek naar nieuwe locaties voor Topvlaai. Zijn aandacht beperkte zich niet tot vlaaien. Mijn cliënte ontdekte in 2007 dat  Bob er meerdere verhoudingen op nahield, voornamelijk met verkoopsters van de vlaaienwinkels. Marga Dubbel: ”Ik besloot met Bob te stoppen, zowel privé als zakelijk. Maar toen kwam de verrassing.” Voor het eerst verdiepte de vrouw zich in de administratie van Topvlaai. Zij ontdekte dat alle winkels op naam van Bob Pardoes stonden en niet van haar. Zelfs de winkel waarmee zij destijds in Den Haag was begonnen niet. Na jaren van hard werken bezat Marga niets.

Bij het scheiden der wegen had Pardoes mijn cliënte beloofd dat hij ter verzachting van het leed een huis zou kopen, waarin zij voortaan gratis zou mogen wonen. Marga Dubbel had genoegen met die oplossing genomen en een woning in Kijkduin betrokken. Maar recentelijk was er een kort geding dagvaarding aan haar betekend. “Bob wil in Thailand gaan wonen en ik moet mijn huis uit. Dat gaat hij verkopen.” In de dagvaarding las ik dat de man zich op het standpunt stelde dat zijn ex-partner ‘zonder recht of titel’ in zijn woning verbleef. Mijn cliënte keek mij verdrietig aan. “Ik wil met terugwerkende kracht een deel van de winst hebben die Bob al die tijd met Topvlaai gemaakt heeft. Daar heb ik recht op.” Voorzichtig vertelde ik mijn cliënte dat haar vorderingen niet haalbaar en bovendien al lang verjaard waren. “Maar wilt u mij in ieder geval helpen met de rechtszaak,” vroeg Marga Dubbel. “Misschien kunnen we er toch iets uit halen.”

Bob Pardoes voelde zich niet op zijn gemak, toen ik tijdens het kort geding de achtergronden van de zaak schetste. De man liep rood aan en wilde duidelijk maar een ding: zo snel mogelijk naar Thailand. Daarvan maakten wij dankbaar gebruik. Geheel tegen de verwachting in ging Pardoes ermee akkoord dat mijn cliënte bij verkoop van de woning in Kijkduin drie ton van de overwaarde zou krijgen.

Na afloop van de zitting viel Marga Dubbel mij huilend in de armen. “Voor het eerst van mijn leven heb ik van hem gewonnen, ik ben u zo dankbaar.” Maar met die dankbaarheid bleek het in de praktijk wel los te lopen. Mijn facturen bleven onbetaald en ik vernam nooit meer iets van mevrouw Dubbel. Bij elke vlaai die ik zie, moet ik aan haar denken.