11 C
Den Haag
zaterdag, oktober 17, 2026

Van fietsenstalling naar stedelijk netwerk

Onze edities

Jeroen van der Kaaij over de maatschappelijke én economische waarde van Den Haag Fietst

Sinds anderhalf jaar werkt Jeroen van der Kaaij als programmamanager Fietsparkeren bij de gemeente Den Haag. Na een loopbaan in het bedrijfsleven maakte hij de overstap naar de publieke sector. Als Hagenaar kent hij de stad niet alleen vanuit zijn werk, maar ook als gebruiker. Daardoor zie ik dagelijks hoe belangrijk mobiliteit is voor de manier waarop mensen de stad gebruiken. Om te werken, studeren, winkelen, sporten, een evenement te bezoeken of vrienden te ontmoeten. Fietsparkeren lijkt misschien een klein onderdeel van de stad, maar de impact ervan is veel groter dan veel mensen denken.

Meer dan een fietsenstalling

Volgens Van der Kaaij wordt fietsparkeren nog te vaak gezien als een praktische voorziening. Veel mensen denken bij fietsparkeren aan een fietsenrek of een stalling. In werkelijkheid gaat het over bereikbaarheid, gezondheid, leefbaarheid, economische vitaliteit en de kwaliteit van de openbare ruimte. Den Haag groeit en de druk op de openbare ruimte neemt toe. Tegelijkertijd kiezen steeds meer mensen voor de fiets. Niet alleen inwoners van Den Haag, maar ook bezoekers, studenten, forenzen en toeristen maken dagelijks gebruik van de Haagse fietsvoorzieningen. Een fietsenstalling is zelden de bestemming van een reis. Het is vaak het begin of het einde van een bezoek aan de stad. Wie een fiets parkeert in een openbare stalling gaat daarna vaak werken, winkelen, sporten, studeren, reizen of een culturele activiteit bezoeken. Daarmee vormen fietsenstallingen een belangrijke schakel in het functioneren van de stad.

Eerst de basis op orde

Om die rol goed te kunnen vervullen heeft het Haagse Fietsparkeerteam de afgelopen periode gewerkt aan het verbeteren en professionaliseren van de openbare fietsenstallingen. Voordat je kunt vernieuwen, moet de basis op orde zijn. De verschillende openbare fietsenstallingen worden daarom stap voor stap samengebracht onder één herkenbare identiteit: Den Haag Fietst. Die identiteit komt terug in de uitstraling van de stallingen, de bewegwijzering in de stad, de communicatie richting gebruikers en de introductie van de Haagse Fietspas. Daarnaast wordt fors geïnvesteerd in de kwaliteit van de voorzieningen. We herstellen en vervangen bestaande fietsrekken, verbeteren stallingen en passen deze aan op het fietsgebruik van vandaag. De traditionele stadsfiets is allang niet meer de enige gebruiker van onze voorzieningen. In de stallingen wordt steeds meer ruimte gecreëerd voor e-bikes, fietsen met brede banden, bakfietsen en andere grotere modellen. Ons doel is dat iedere gebruiker zijn of haar fiets veilig, gemakkelijk en comfortabel kan parkeren.

Betere data voor betere keuzes

Een belangrijke stap daarin is de introductie van de Haagse Fietspas. De fietspas is verkrijgbaar in verschillende kleuren die elk een type fiets vertegenwoordigen. Hierdoor ontstaat beter inzicht in bezoekersstromen, bezettingsgraden en verschillende fietstypen. Met de Haagse Fietspas zetten we een belangrijke stap richting betere data. Die kennis helpt ons om stallingen slimmer in te richten, beter aan te laten sluiten op de behoefte van gebruikers en toekomstige investeringen beter te onderbouwen. De eerste resultaten laten zien hoe belangrijk het netwerk inmiddels is geworden. Sinds de introductie van de Haagse Fietspas hebben we in één maand tijd ruim 151.000 stallingsbezoeken geregistreerd in de twintig openbare Den Haag Fietst-stallingen.

Wat betekenen 151.000 stallingsbezoeken?

Voor Van der Kaaij zit de werkelijke betekenis niet in het aantal geparkeerde fietsen. Dat zijn niet zomaar 151.000 geparkeerde fietsen. Dat zijn 151.000 momenten waarop mensen gebruikmaken van de stad. Achter die bezoeken schuilen inwoners, bezoekers, studenten, werknemers, forenzen en toeristen die zich door Den Haag bewegen.  Mensen die werken, winkelen, studeren, sporten, uitgaan, een evenement bezoeken of overstappen op trein, tram en bus. De waarde ontstaat niet in de stalling zelf, maar in alles wat daarna gebeurt.

MKBA: maatschappelijke én economische waarde

Om deze waarde beter zichtbaar te maken ontwikkelde het Fietsparkeerteam een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) voor fiets en fietsparkeren. Die analyse laat zien dat de opbrengsten van fietsparkeren veel verder reiken dan mobiliteit alleen. De maatschappelijke baten liggen onder meer op het gebied van:

  1. bereikbaarheid;
  2. gezondheid;
  3. leefbaarheid;
  4. luchtkwaliteit;
  5. verkeersveiligheid;
  6. sociale verbinding;
  7. toegankelijkheid van de openbare ruimte.

Maar volgens Van der Kaaij hoort ook de economische waarde nadrukkelijk in dat rijtje thuis. Mensen die gemakkelijk hun fiets kunnen parkeren bezoeken winkels, horeca, sportvoorzieningen, culturele instellingen en evenementen. Goede fietsvoorzieningen dragen daardoor niet alleen bij aan maatschappelijke doelstellingen, maar ook aan economische activiteit en bestedingen in de stad. Daarnaast zorgen openbare fietsenstallingen ervoor dat fietsen niet op trottoirs, pleinen en winkelstraten terechtkomen. Die 151.000 stallingsbezoeken betekenen ook 151.000 momenten waarop fietsen geen ruimte innemen op plekken die bedoeld zijn voor voetgangers, ondernemers en bezoekers. Dat levert direct waarde op voor de stad.

Achter iedere fiets zit een gebruiker van de stad

Volgens Van der Kaaij wordt in mobiliteitsdiscussies soms vergeten dat achter iedere fiets een mens zit. We hebben het vaak over fietsers, automobilisten en OV-reizigers alsof het verschillende groepen zijn. In de praktijk zijn het vaak dezelfde mensen die afhankelijk van hun bestemming of situatie voor een ander vervoermiddel kiezen. Daarom staat voor hem niet het vervoermiddel centraal. Voor ons gaat het uiteindelijk om mensen die gebruikmaken van de stad.

Van gebruikers naar economische waarde

Veel van de stallingsbezoeken vinden plaats op locaties als het Stadhuis, Buitenhof, Grote Markt, Anna van Bueren en de Fietsflat Rijnstraat. Dat zijn plekken waar mensen niet alleen hun fiets parkeren, maar ook werken, winkelen, sporten, uitgaan, reizen en geld besteden. Hier ziet Van der Kaaij een interessante kans.  De vraag die mij bezighoudt is hoe we de mensen achter die stallingsbezoeken beter kunnen verbinden met ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Volgens hem vertegenwoordigt iedere gebruiker van een fietsenstalling ook economische waarde voor de stad.  Achter iedere geparkeerde fiets zit een potentiële klant, bezoeker, supporter, vrijwilliger of deelnemer.

Pilot met het Dappre-netwerk

Om die kansen verder te verkennen start Den Haag Fietst binnenkort een pilot met het Dappre-netwerk. Tijdens deze pilot wordt onderzocht hoe de Haagse Fietspas kan worden gekoppeld aan het Dappre-netwerk. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om gebruikers van openbare fietsenstallingen, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties op een nieuwe manier met elkaar te verbinden. Met Den Haag Fietst beschikken we over een groot netwerk van mensen die dagelijks gebruikmaken van de stad. Het Dappre-netwerk biedt interessante mogelijkheden om die mensen te verbinden met lokale ondernemers en maatschappelijke initiatieven. De pilot moet inzicht geven in hoe duurzaam gedrag kan worden gestimuleerd en hoe de maatschappelijke waarde van fietsgebruik beter zichtbaar kan worden gemaakt. We willen onderzoeken hoe een netwerk kan ontstaan waarin bewoners, bezoekers, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties elkaar versterken. Niet alleen rondom mobiliteit, maar rondom alles wat de stad aantrekkelijk maakt.

Een netwerk waarin iedereen profiteert

De ambitie van Van der Kaaij reikt verder dan fietsparkeren alleen. We investeren niet alleen in stallingen. We bouwen aan een stedelijk netwerk. Hij ziet kansen voor een model waarin gebruikers van de stad, ondernemers en maatschappelijke organisaties elkaar versterken. Hoe mooi zou het zijn als iemand zijn fiets parkeert, een lokale ondernemer bezoekt en dat bezoek tegelijkertijd bijdraagt aan een vereniging, een maatschappelijke organisatie of een lokaal initiatief? Volgens hem ontstaat dan een situatie waarin iedereen profiteert:

  1. meer gebruik van openbare fietsenstallingen;
  2. een beter bereikbare stad;
  3. een toegankelijkere openbare ruimte;
  4. een gezondere leefomgeving;
  5. meer zichtbaarheid en omzet voor ondernemers;
  6. extra ondersteuning voor verenigingen en maatschappelijke organisaties;
  7. meer betrokkenheid bij de stad.

Interesse om mee te denken?

Den Haag Fietst zoekt ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties die interesse hebben om mee te denken over deze ontwikkeling of mogelijk willen deelnemen aan toekomstige pilots.

Heeft u interesse? Stuur dan een e-mail naar fietsparkeren@denhaag.nl, ter attentie van Jeroen van der Kaaij. Ik ga graag in gesprek met partijen die samen willen onderzoeken hoe maatschappelijke waarde, economische waarde en duurzaam gedrag elkaar kunnen versterken.

De stalling als beginpunt

Van der Kaaij vat zijn ambitie samen in één gedachte: De fietsenstalling is niet het eindpunt van een reis. Het is een toegangspoort tot de stad. Een plek waar maatschappelijke waarde, economische waarde en stedelijke kwaliteit samenkomen. Als we die verbinding verder weten te versterken, bouwen we niet alleen aan betere fietsvoorzieningen, maar aan een sterker, gezonder en aantrekkelijker Den Haag.

Laatste nieuws

24e Autotestdag Business Haaglanden

De deelnemers van de 24e Autotestdag van Business Haaglanden werden dit jaar ontvangen in de Business Lounge van ADO...

Lees ook..