Misère

  • geschreven door
COLUMN Raymond de Mooij
GMW advocaten
De namen van de betrokkenen zijn gefingeerd

Pascal Calcoen Van Lidt had zijn moeder Eugenie meegenomen naar de bespreking op mijn kantoor. Door het plexiglas scherm dat tussen ons in stond keek hij mij met grote, verbaasde ogen aan. “De relatie tussen Pascal en zijn vriendje is vorige jaar geëindigd”, nam zijn moeder het initiatief. Pascal kwam op straat te staan. De familie heeft toen besloten om een parterre voor hem te kopen in het Benoordenhout.” Haar zoon haalde een hand door zijn haar en nam het gesprek over. “Het is een ruim appartement. Aan de achterzijde is een serre gebouwd, heel romantisch.”

Romantisch of niet, de eerste de beste dag dat mijn cliënt zijn intrek in het appartement had genomen, werd hij met een enorme lekkage in die serre geconfronteerd. Pascal Calcoen van Lidt: “Tijdens een stortbui liep het water dwars door het dak van de serre de woonkamer in. Ik kon wel huilen! Met mijn mobieltje heb ik alles gefilmd en daarna meteen mijn moeder gebeld.”

Mijn cliënt had nog dezelfde avond contact opgenomen met de verkopers van de woning, Hans en Wiesje Geluk. “Ik kreeg Wiesje aan de lijn. Zij begreep er niets van. Hans en zij hadden nooit last gehad van lekkages.” Maar de buren van Pascal vertelden een ander verhaal. Alle omwonenden wisten dat de serre van de woning zo lek was als een mandje. Het probleem was door de familie Geluk diverse malen in VvE-vergaderingen aan de orde gesteld. 

Namens mijn cliënt sommeerde ik Hans en Wiesje Geluk om de geleden schade te vergoeden. De serre was in dermate slechte staat dat deze geheel vervangen diende te worden. De corresponderende kosten bedroegen € 20.000. Hun advocaat Mr Steve Wonder reageerde een dag later per e-mail. “De serre stond er prima bij toen de woning werd opgeleverd. Van enige compensatie kan geen sprake zijn.” Ook toen ik Mr Wonder het filmpje dat mijn cliënt tijdens de stortbui gemaakt had stuurde, hield hij voet bij stuk. “De door u gestelde problemen zie ik niet, danwel moeten na de overdracht ontstaan zijn.” Toen Pascal en Eugenie Calcoen van Lidt mij vervolgens vroegen een rechtszaak aan te spannen, weigerde ik. De advocatenkosten zouden mogelijke baten overtreffen en de ervaring leerde: aan het eind van de rit zou ik het dan hebben gedaan. Ik adviseerde Pascal contact op te nemen met de wederpartij en te schikken. En dat is wat er gebeurde.