Geen stoïcijn

  • geschreven door
COLUMN Raymond de Mooij
GMW advocaten
De namen van de betrokkenen zijn gefingeerd

Vastgoedondernemer Ronnie Tromp verzocht mij medio 2019 om in een gerechtelijke procedure nakoming van een koopovereenkomst af te dwingen. “Ik heb van Maup Katoen twee panden aan de Laan van Meerdervoort gekocht voor 1.4 miljoen euro. De deal is gesloten in café De Kleine Witte, na ons kaartavondje. Maup zou op 31 december leveren. Vreemd genoeg ontkent hij de afspraken nu.” Ik vroeg mijn cliënt of er derden aanwezig waren geweest bij het gesprek tussen beide vastgoedhandelaren. “Alleen mijn zoons Donald en Tinus, de rest was al naar huis.”

Dat de zaken net even anders lagen dan Ronnie Tromp mij had verteld, bleek tijdens de getuigenverhoren die plaatsvonden in de rechtszaak die ik namens hem aanhangig maakte. De advocaat van Maup Katoen riep zeven getuigen op, die allemaal verklaarden dat zij gedurende het gesprek tussen Tromp en Katoen aan dezelfde tafel hadden gezeten en alles hadden gehoord. De twee  mannen hadden het wel over de panden aan de Laan van Meerdervoort gehad, maar sluitende afspraken waren er niet gemaakt.

Het voor Ronnie Tromp nadelige vonnis kwam voor mij niet als een verrassing. Toen ik in februari 2020 de inhoud met mijn cliënt besprak op mijn kantoor, raakte hij buiten zichzelf van woede. Paars aangelopen verweet Tromp mij dat ik hem slecht had geholpen. Het gepraat ging over in geschreeuw. Mijn cliënt gooide een glas om en sloeg hard op de bespreektafel. Na zijn vertrek was de eerste gedachte die bij mij opkwam: Ronnie is geen stoïcijn.

De leer van de stoïcijnen dateert van vóór onze jaartelling. Aanhangers beogen onder alle omstandigheden rustig te blijven en zich alleen te richten op zaken waarover zij controle hebben. Het is mooi om in teksten van Marcus Aurelius en Seneca te lezen hoe de mensheid tweeduizend jaar geleden met dezelfde problemen worstelden als wij nu. Bijvoorbeeld met een negatief vonnis. Seneca beschrijft hoe de stoïcijn Julius Canus omging met het doodsvonnis dat de knettergekke keizer Caligula over hem uitsprak. “Tien dagen duurde het nog tot zijn executie en hij maakte zich nergens druk om. Is het niet ongelofelijk? Hij zat te dammen toen de centurio langskwam die de veroordeelden ophaalde, Canus moest mee. Zodra hij werd geroepen telde hij eerst zijn damschijven. “Kijk uit he?”, zei hij tegen de man die met hem speelde. “Niet na mijn dood liegen dat je gewonnen hebt.” En tegen de centurio: ”U bent mijn getuige, ik sta met één punt voor! “