Business Haaglanden TV

Er is weer geld. En de schulden ontstaan nu door luxe-aankopen

Geliefd bij eisers, gevreesd bij schuldenaren en onbekender bij het grote publiek dan gedacht. Drie Haagse gerechtsdeurwaarders schuiven aan bij het rondetafelgesprek van Business Haaglanden. Het gaat over het effect van de economie op deurwaarderskantoren. Plaats van handeling: The Hague Marriott Hotel aan de Johan de Wittlaan 30.

Arjan Boiten (BoitenLuhrs incasso gerechtsdeurwaarders), Robbert-Jan Brugman (Bazuin & Partners) en Gerard van de Velde (Van der Velde van Hal & Peers Gerechtsdeurwaarders en Incasso) zijn drie van de vier laatste ouderwetse gerechtsdeurwaarders in Den Haag, wordt na enige tijd praten geconstateerd. De ober heeft tegen die tijd al een heerlijke lunchplank met vier lekker belegde broodjes geserveerd, een groene smoothie van avocado en spinazie die verrassend lekker smaakt en een goed gebonden tomatensoepje. 

Het gesprek over de effecten van de economie op het deurwaardersvak is behoorlijk op stoom. Onderwerpen als online schulden maken, bedrijven die klanten aanzetten om vooral in termijnen te betalen, lege kantoorpanden en het recente splitsingsverbod zijn ook al over tafel gegaan.        

Maar de laatste zes jaar is het aantal deurwaarderskantoren van veertien teruggegaan naar vier, zo wordt  opgemerkt. “Kennelijk is Den Haag niet interessant voor grote kantoren,’’ zegt Brugman. Hij wijst op verhuizingen van filialen van grote ketens naar Rotterdam. Andere stad, andere economie, verklaart Brugman. “Rotterdam heeft de haven en industrie. Den Haag is meer een ambtenarenstad.’’ 

Luxe online-aankopen

Toch is Den Haag een stad waar voor de echte Haagse deurwaarders die tot het MKB behoren, volop werk aan de winkel is. Ook de aantrekkende economie, waarvan wordt gezegd dat ook de mensen met gemiddelde inkomens er iets van merken, zorgt niet voor meer rust in de Haagse deurwaarderskantoren. “Verschil is dat we drie, vier jaar geleden veel meer zagen dat mensen wegens geldgebrek hun energierekeningen en ziektekostenverzekeringen niet konden betalen. Dat is wel veranderd. Mensen hebben weer geld en raken nu in de problemen doordat ze luxe producten kopen. Vaak online,’’ valt Brugman op.

Dure aankopen en betaaltermijnen naar wens worden gemakkelijk aangeklikt. De totaalbedragen lopen moeiteloos op. Tot er een moment komt dat de schuldeisers concreet geld willen zien. 

Toch komt het veel minder tot uitzetting, omdat er weer geld is. “Een ex-marinier met ptss bijvoorbeeld had online veel schulden opgebouwd. We zouden overgaan tot ontruiming. Maar zijn moeder had nog geld en heeft betaald,’’ zegt Brugman. Om verder te verhelderen: “Ik heb tien ontruimingen in de agenda staan. Het is nu woensdag. Op maandag zullen daarvan nog een of twee overblijven. Dat is nu heel normaal.’’

Slachtoffergedrag

Het valt Arjan Boiten op dat het slachtoffergedrag de laatste drie jaar stijgt. Als hij bij schuldenaren aanbelt, krijgt hij veelvuldig te horen dat zij alles ingewikkeld vinden. Daardoor raken ze in de problemen, houden ze hem voor. “Maar als wij ze wijzen op hun verantwoordelijkheid, willen ze daar niet aan. Steeds minder mensen willen verantwoordelijkheid nemen,’’ stelt hij. 

Brugman herkent dat. “Mensen drinken een cappuccino van 6 euro in een zaak met W-Fi waar ze met hun notebook van 2500 euro gaan zitten, want met een betaalbare versie willen ze niet worden gezien. Maar eigenlijk kunnen ze zich dat allemaal niet permitteren.’’

“Ik had een ontruiming van een huis waar twee twintigers woonden. Ze hadden een hele stapel ongeopende brieven. Daarover wilde ik in alle rust met ze praten,’’ geeft Boiten als voorbeeld. “De meeste jongeren hebben hun telefoon in hun achterzak. Dus voordat we gaan zitten, leggen die twee meisjes hun mobiele telefoons op de tafel.’’ 

Tot Boitens stomme verbazing bleken de jonge schuldenaren – voor wie een ontruimingsploeg buiten al paraat stond –  allebei een i-Phone te bezitten. “En dure ook. Het geld dat ze daaraan hadden uitgegeven, hadden ze beter aan het betalen van hun vaste lasten kunnen besteden. Ik heb ze gezegd dat ze eventuele medicijnen en een koffertje moesten pakken.’’

Naast onoplettendheid ligt volgens Boiten ook onwetendheid ten grondslag aan schuldenproblematiek. Dat zag hij op een jongerenbijeenkomst over schulden. “Een jongen van 18 die nog bij zijn ouders woonde, wist niet  dat hij een zorgverzekering moest afsluiten. Hij dacht dat zijn ouders dat zouden doen. Of de sociale dienst.’’

Bedrijfsontruimingen

Van de Velde heeft aan tafel aandachtig zitten luisteren en niet alleen op de broodjes zitten kauwen, maar ook op wat zijn vakgenoten hebben gezegd. Hij loopt in de praktijk tegen dezelfde situaties aan. “En bij bedrijfsontruimingen gaat het er ongeveer op gelijke wijze aan toe,’’ voegt hij eraan toe. Van de Velde voert aan dat ondernemers financieel de mist in gaan door al met een schuld te beginnen. “Ze denken dat ze die wel aflossen. In plaats daarvan, wordt die schuld alleen maar groter. Ze lenen. Ze hebben geen boekhouder in dienst. Ze zien op social media dat iedereen altijd maar in restaurants eet en doen dat dan ook, terwijl het eigenlijk niet kan.’’

Brugman herkent dat: “Ondernemers willen mee in de vaart der volkeren.’’ Boiten: “Het gaat om image. Als het om image van de zaak gaat, is dat nog begrijpelijk. Maar ze willen alles luxe en prachtig.’’

Huur innen

Den Haag heeft een overschot aan grote kantoorruimten, zo komt ter sprake. Als gevolg daarvan èn de hoge huren, krijgt Brugman vaak de opdracht alleen de huur op te halen. Tot uitzettingen komt het amper als het om de grote panden gaat. “Vind dan maar een nieuwe huurder,’’ verklaart Brugman. “Grotere kantoren zijn niet meer tegen de gevraagde prijzen te verhuren. Als huurders niet betalen, geven de eigenaren liever huurkorting. Ze willen geen ontruiming.’’ 

Dat is een verschil met de kleine detailhandel in kleinere bedrijfspanden. Daar moeten de deurwaarders nog wel overgaan tot ontruiming. “Ik heb meegemaakt dat tijdens een ontruiming een andere ondernemer mij vroeg wanneer het pand weer vrij kwam,’’ aldus Van de Velde. Dat onstuimige enthousiasme zal hem en zijn vakgenoten de komende jaren vermoedelijk nog volop werk bezorgen.