De wonderjaren van Taat & de Regt

Dick Taat (70) is de verhalenverteller en Jaap de Regt (68) is de doener. Twee Hagenaars die het vak van cateraar op de kaart van Nederland hebben gezet. Niet alleen gaven ze inhoud aan de term catering, ze gaven hun naam aan het bedrijf waar elke Hagenaar wel eens van hoorde: Taat & De Regt. Dick en Jaap waren compagnons. Vrije ondernemers in de ware zin van het woord. Er kon veel in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw, dat bewezen de zakenpartners die voor alles vrienden zijn. 

Als Taat gaat vertellen, hangt het publiek aan zijn lippen. Iedereen luistert graag naar zijn verhalen. Mensen zeiden wel eens dat hij die avonturen eens op papier moest zetten. Tot een moment dat Jaap de Regt de koe bij de horens vatte en onderzoeksjournalist en schrijver Casper Postmaa interesseerde om een boek te schrijven over de roerige jaren van Taat & de Regt.

BEDRIJFSPAND IN DE RIOUWSTRAAT

Wie het boek ‘De wonderjaren van Taat & De Regt’ openslaat, ziet direct dat het is opgedragen aan jonkvrouw Maria Adriana de Jonge (1908-1993). ‘Ja, dat zit zo,’ begint Taat ‘Deze dame is de dochter van de een na laatste gouverneur-generaal in het voormalige Nederlands Indië. Ze was de eigenares van een pakhuis in de Riouwstraat dat te koop stond.’ Dick en Jaap wilden hun cateringbedrijf daar heel graag onderbrengen. Op dat moment werkten ze tijdelijk vanuit slagerij Joop Boektje die leeg stond omdat ‘ie wachtte om verbouwd te worden. Ze hadden geld omdat ze (tot hun blijdschap) net hun snackbar in de Mallemolen hadden verkocht. De onderhandelingen over het pakhuis met de makelaar gebeurden in het bijzijn van de jonkvrouw. Snel bleek er een enorm gat te zitten in de prijs die de makelaar noemde en wat Taat en De Regt konden betalen, hoe geweldig het pand ook paste bij hun bedrijf. ‘Maak maar even een wandelingetje’, zei mevrouw de Jonge en stuurde de cateraars naar buiten. ‘Toen we terugkwamen mochten we het pakhuis kopen voor de prijs die ik genoemd had. Meer hadden we niet. We zijn dat enorm lieve gebaar van haar nooit vergeten en daarom hebben we dit boek aan mevrouw de Jonge opgedragen.’  

VRIJE ONDERNEMENDE JONGENS

Ergens in het boek worden de eigenaren van Taat & De Regt cowboys genoemd. Ze leggen uit dat dat te maken heeft met de manier van ondernemen. ‘We hadden een klusbedrijf, haalden antennes weg op daken en deden catering. April Catering was de naam van dat bedrijf, we hadden dat overgenomen uit de April Group. Elke dag waren we aan het brainstormen hoe we het best geld konden verdienen. Langzamerhand kwamen er steeds meer cateringopdrachten en kreeg Taat & De Regt gestalte. Dus cowboys? We probeerden gewoon van alles en deden uiteindelijk waarin we het best waren. Ik weet niet of deze manier van ondernemen nu nog zou kunnen werken.’

HET SUCCES ZAT ‘M IN DE MENSEN

Het succes van Taat & De Regt zat ‘m volgens de heren in de manier van werken. Taat: ‘Het personeel is altijd heel belangrijk geweest. Ze zagen er verzorgd uit en de meesten waren werkstudenten. We instrueerden ze altijd heel zorgvuldig. Altijd lachen en vriendelijk zijn. Als je een propje op de grond ziet liggen, raap je het op.’ Problemen werden altijd opgelost, ook als de cateraars er niet voor verantwoordelijk waren. De sfeer van een evenement is enorm belangrijk en daarvoor voelden ze zich wel degelijk verantwoordelijk. ‘We handelden in gezelligheid en sfeer maken’ zo legt De Regt het uit. De mannen hadden goede banden met leveranciers, met medewerkers en opdrachtgevers. Nu zou je ze echte peoplemanagers noemen. ‘We hadden een grote gunfactor. We waren hip met die gestreepte jasjes’ voegt Dick toe.  

ICONISCHE STREEPCOLBERTS

De April Group (groep van 5 horecajongens en -bedrijven waar Taat & De Regt uit voortkwam) kocht op een moment het legendarische café St. Joris en de Draeck. De voormalige uitbater Ducardus had de Haagsche Hockey- en Cricket Touring Club St. Joris opgericht en voor de leden in Amsterdam gestreepte witte jasjes met blauw-rode strepen laten maken. De jasjes komen uit de roeierij en zijn nog steeds in gebruik bij Engelse universiteiten. Hoe dan ook: April Catering (wat later Taat & De Regt werd) maakte geweldige indruk in de jasjes die iconisch werden voor het cateringbedrijf van Dick en Jaap.

OVER VRIENDSCHAP EN VERBONDENHEID

Dick Taat en Jaap de Regt hebben hun namen voor altijd aan elkaar verbonden, zoveel is duidelijk. Het boek vertelt een verhaal van een roemruchte Haagse cateraar, maar bovenal is het een verhaal over vriendschap en verbondenheid. Vriendschap voor elkaar die begon in de Vogelwijk toen ze schoffies van een jaar of 6 waren en niet meer eindigt. Verbondenheid met al hun medewerkers, leveranciers en opdrachtgevers. Hun waardering voor al deze mensen dragen ze tot op de dag van vandaag bij zich. Ook de liefde voor Quick, hun cluppie, delen ze. Regelmatig zijn ze er te vinden, De Regt deed veel voor de cricketafdeling en Taat heeft nog altijd bemoeienis met het buffet (hoe kan het ook anders…).  

80 JAAR HUWELIJK

Jaap stopte achttien jaar geleden met werken, Dick verkocht vier geleden Boerderij Meyendel in Wassenaar en geniet sindsdien ook van zijn pensioen. Elke woensdag golfen de maten met elkaar en nemen ze het leven van die week door. En vorige maan gingen ze met hun vrouwen naar New York ter gelegenheid van het feit dat Jaap en Lou én Dick en Josephine vorig jaar 40 jaar getrouwd zijn. Over wonderjaren gesproken.