TwitterFacebook

De wietplantage

Column, Raymond de Mooij

GMW Advocaten

In juni 2017 sprak ik Gerard De Reus van vastgoedonderneming Metterwoon. “We betrappen regelmatig huurders die wiet verbouwen in hun woning”, zei hij. “Normaal gesproken bel ik eerst de politie. Die komt de plantage dan ontmantelen. En daarna bel ik jou, om een ontruimingsprocedure te beginnen tegen de huurder.” Deze keer was het anders gegaan. De politie had via Meld Misdaad Anoniem een tip gekregen dat er in een woning aan de Escamplaan een wietplantage aanwezig was. De Reus: “Dat is een woning van ons, dus ik ging er samen met de politie heen. De planten zijn meteen afgevoerd. Maar tot mijn stomme verbazing ontving ik een dag later een boete van de gemeente Den Haag. Metterwoon moest

€ 5000,- betalen. Wij hadden de huurder beter moeten controleren of iets dergelijks.” Ik nam de stukken door die de imposante Gerard de Reus mij overhandigde. Onder verwijzing naar rechtspraak van de Raad van State stelde de gemeente dat Metterwoon niet voldaan zou hebben aan haar zorgplicht. Als vastgoedeigenaar had zij de woning aan de Escamplaan regelmatig moeten controleren en dat was niet gebeurd. Anders zou de wietplantage wel ontdekt zijn.

Namens Metterwoon diende ik een bezwaarschrift in. Ik wees erop dat Metterwoon niet zonder aanleiding zomaar bij haar huurders kan binnen vallen. Dat was een inbreuk op hun privacy. Bovendien had Metterwoon 16 jaar geleden een huismeester aangesteld in het complex aan de Escamplaan. Die maakt twee keer per dag een rondje. Dus er was wel degelijk gecontroleerd.

De adviescommissie bezwaarschriften honoreerde dit verweer, maar de gemeente weigerde de boete in te trekken. Metterwoon had de woning regelmatig van binnen moeten inspecteren, bleef het standpunt.

Met de juristen van Metterwoon werd een plan gesmeed. Eerst begonnen wij een procedure tegen een huurder (een Amsterdamse advocaat) die bij een onverwacht bezoek van Metterwoon had geweigerd de deur op te doen. Wij eisten bij de kantonrechter dat deze huurder Metterwoon op elk moment toegang moest geven tot zijn woning. Die eis werd volgens verwachting afgewezen, de huurder had immers recht op privacy.

Met die uitspraak in de hand ging Metterwoon in hoger beroep tegen het besluit van de gemeente om de boete te handhaven. De mondelinge behandeling vond in december 2017 plaats. Namens de gemeente voerde de heer Pluis het woord, een magere man met een snorretje. Hij kwam met een nieuw argument. “Edelachtbare Vrouwe”, zei hij met hoge stem, “Als zelfs een bewoner uit het complex aan de Escamplaan de wietplantage heeft ontdekt en Meld Misdaad Anoniem heeft geïnformeerd, dan had de huismeester van Metterwoon dat zeker moeten doen. De man heeft overduidelijk zitten slapen. Dat valt Metterwoon aan te rekenen.” Namens Metterwoon voerde ik aan dat de tip misschien wel van een boze zakenrelatie van de huurder afkomstig was geweest en helemaal niet van een medebewoner. De melding was immers anoniem gedaan. Dat was tegen het zere been van de heer Pluis. “De Raad van State staat aan mijn kant”, piepte hij. “Metterwoon heeft in strijd gehandeld met haar zorgplicht!”

Vorige week stelde de rechtbank Den Haag ons echter in het gelijk. Mijn cliënte had voldoende toezicht gehouden en de boete moest door de gemeente worden ingetrokken.

Gerard de Reus was tevreden. “Gisteren ontdekte ik weer een wietplantage in een woning van ons. Ik heb meteen de politie gebeld”, vertelde de grote man lachend. “De agent vroeg naar de locatie. Ik heb gezegd dat ik die helaas niet kon geven. Omdat Metterwoon anders misschien weer een boete zou krijgen.”