TwitterFacebook

Een oude huurovereenkomst in een nieuw stofje

  • geschreven door

COLUMN Michaël LentzeNotaris en Registermediator,

Ellens & Lentze, Notariaat en Mediation

Meneer De Vries is een meubelstoffeerder van het oude stempel. Elke stof en elk spijkertje wordt door hem persoonlijk bekeken en goed bevonden. Hij heeft in zijn jonge jaren het vak van zijn oom geleerd en ongeveer dertig jaar geleden nam hij de zaak van hem over. Inmiddels heeft meneer De Vries zelf ook al veel mensen opgeleid en de weg gewezen in stoffeerdersland, maar geen van hen was zo goed als mevrouw De Wit.

Nu zitten zij samen in ons kantoor, omdat zij de zaak van hem wil kopen. Hij heeft haar opgeleid en het verloop van haar carrière nauwlettend in de gaten gehouden. En nu hij met pensioen wil om eindelijk met zijn vrouw al die reizen te maken waar zij zo lang van droomde, durft hij zijn onderneming, zijn droom, wel aan haar over te dragen.

Het bedrijf is gevestigd op een A-locatie, omringd door andere, creatieve zaken. Het is een levendige plek met veel spontane aanloop en goede zichtbaarheid. Meneer De Vries huurt die locatie van een bekende verhuurder in de stad.

Als meneer De Vries en mevrouw De Wit in mijn kantoor zitten voor de overdracht, wijs ik hen op een aantal belangrijke punten die voor de overdracht van belang zijn. Ik wil namelijk zeker weten dat zowel de koper als de verkoper precies weet waarvoor straks getekend wordt. Samen lopen we een aantal zaken door.Zijn er duidelijke afspraken gemaakt over de voorraadadministratie bijvoorbeeld? Blijft de handelsnaam hetzelfde? Neemt mevrouw De Wit het klantenbestand over en hoeveel betaalt zij voor de goodwill? Meneer De Vries geeft aan te willen reizen met zijn vrouw, maar stel dat hij toch nog andere zakelijke plannen wil uitwerken, is er dan een concurrentiebeding? Ik ben blij te merken dat zij samen al veel eerlijke en duidelijke afspraken hebben gemaakt en dat ze begrijpen wat de gevolgen van die afspraken kunnen zijn.

Wel is er één punt waar zij nog niet zo goed over hebben nagedacht, en dat zijn de contracten die met derden zijn gesloten. Zo huurt meneer De Vries een koffieautomaat en zijn er natuurlijk diverse leveranciers waar lopende afspraken mee zijn gemaakt. Verder valt het mij op dat er nog geen nieuwe huurovereenkomst is gemaakt met mevrouw De Wit. “Ach, daar komen we wel uit,” mompelt meneer De Vries.

Ik zet mijn strengste notarisgezicht op en wijs hen op de gevaren. Zonder een nieuwe huurovereenkomst kan mevrouw De Wit de onderneming niet exploiteren. Zonder deze locatie, een locatie überhaupt, zal zij niets verdienen en dus de rekeningen van de onderneming niet kunnen betalen. En omdat zij voor de overdacht zelfs een financiering is aangegaan, is het uitermate belangrijk dat er inkomsten komen. In het ergste geval zal er, als mevrouw De Wit geen inkomsten kan genereren, beslag gelegd worden op de onderneming, de inboedel en misschien zelfs op haar privégoederen. Ik moedig hen aan het gesprek met de verhuurder nogmaals aan te gaan voordat wij de overdracht effectief maken.

Niet veel later zitten beiden opgelucht weer in mijn kantoor. Er zijn goede, nieuwe afspraken met de verhuurder en alle leveranciers gemaakt en de overdacht van de zaak kan eindelijk plaatsvinden.

“Bedankt voor de waarschuwing en het advies,” zegt mevrouw De Wit. “Ik ben blij dat ik nu eindelijk aan mijn droom kan beginnen.” Haar handen glijden over de lichtversleten stof van de stoel voor mijn tafel. “Ik had alles kunnen verliezen,” zegt ze bedremmeld, maar na de benodigde handtekeningen gaan ze beiden stralend de deur uit. Ik wens hen allebei een goede, nieuwe start!